DSC_2315.JPG DSC_2353.JPG DSC_2403.JPG DSC_2568.JPG DSC_2577.JPG DSC_2686.JPG DSC_3553.JPG DSC_3588.JPG DSC_3600.JPG Soest  Jeugd.png Soest huldiging.png Soest Jeugd meisje.png Soest Jeugd nieuwe veld.png
Nieuws afbeelding TC nieuws 17 - 5

Samenstelling JJ-teams: een update

We kondigden het eind vorig seizoen al aan: we hebben afscheid genomen van het fenomeen ‘selectietrainingen’. Ook bij de Jongste Jeugd. Hieronder praten we u even bij wat we het wél doen, waarom we dat doen en over de stand van zaken bij de samenstelling van de JJ-teams voor volgend seizoen. Lang stuk. Zet een kop thee...

Voor onze Jongste Jeugd was dit seizoen er een met nieuwe richtlijnen van de KNHB, een nieuwe opzet van de trainingen, nieuwe jonge trainers/coaches op de MD1 en JD1 en ook achter de schermen veel nieuwe gezichten.

3- en 6-tallen
Bij het indelen van de nieuwe 3- en de 6-tallen zijn vrienden/vriendinnen ook nu weer leidend. Kanttekening is dat we voorzichtig zijn als het gaat om kinderen die bij elkaar in de klas zitten. Dat kan zorgen voor kliekjesvorming waardoor het voor andere spelers lastig is om aansluiting te vinden.

8-tallen
Bij de samenstelling van de 8-tallen gaat er behalve vriend(in)en nog iets anders meespelen. Er ontstaat in deze fase een verschil tussen de hockeyers die op vrijdagavond met hun scheenbeschermers aan naar bed gaan en de jongens/meisjes die de kleurmatch van schoenen en stick belangrijker vinden dan het scoreverloop.

In de 3- en de 6-tallen is dat verschil er natuurlijk ook al; ‘dromers’ en ‘doeners’, worden ze wel eens genoemd. Maar in die eerste hockeyjaren zit het verschil in beleving en inzet nog bijna niemand in de weg. Als een dromer achter een vlinder aan fladdert vindt de doener dat geen probleem. Die lost dat op door wat harder te werken. Vindt ‘ie alleen maar leuk, die doener.

In de 8-tallen is het veld groter, de tegenstander dwingender, de scheids strenger en gaat de bal harder. Het lukt de doener niet meer om het gefladder van de dromer te compenseren door harder te werken. Dat is het moment dat de doener de dromer niet meer zo aardig begint te vinden. En ook het moment dat de dromer zich begint te irriteren aan het fanatisme van de doener. Meestal begint dat zo medio oktober.

Bij de samenstelling van de 8-tallen houden we daar rekening mee. Vrienden en vriendinnen blijven natuurlijk belangrijk, maar daarnaast formeren we de teams op basis van gedrevenheid, beleving en inzet. Individuele hockey-kwaliteiten spelen een marginale bijrol.

Gedrevenheid en vaardigheid zijn niet synoniem. Er zitten in de ‘dreamteams’ spelers die technisch vaardiger en handiger zijn dan de gemiddelde doener. Er zijn dromers die spelsituaties structureel beter inschatten dan veel doeners - als die dromer er tenminste met het koppie bij is… 

Valt de dromer daarmee  buiten de boot? Zeker niet. Een doener-team krijgt dezelfde begeleiding en training als een team met dromers. En verderop in de carrière komt een punt waarop vaardigheid zwaarder gaat tellen dan ‘doen’. Dan komt de talentvolle ‘dromer’ vanzelf boven drijven.

Van 8- naar 11-tal
Wat betreft de samenstelling van de D-teams hanteren we de richtlijnen van de KNHB: een eerstelijnteam aangevuld met clusters van meerdere gelijkwaardige teams.

Voor de jongens is het simpel en overzichtelijk: we formeren een JD1 en delen de overige twee teams ieder op eigen sterkte in.

Voor de MD-lijn (met 7 teams) betekent dat een MD1 met daarachter 2 gelijkwaardige clusters. Hoe die verdeling precies wordt, weten we nog niet. We brengen momenteel de consequenties van de verschillende opties in kaart en hakken op korte termijn de knoop door.

Bij de samenstelling van de teams maken we gebruik van info die het hele seizoen door is verzameld. Zeker in de huidige periode is er intensief overleg tussen coaches, lijnco’s, trainers en TC’ers. Afgelopen weken zijn en komende weken worden heel veel spelers en teams extra geobserveerd. Niet omdat we ze niet kennen, maar omdat we het zeker willen weten. Een aantal meiden is uitgenodigd een keer mee te trainen met de MD1.

We hebben te maken (gelukkig!) met een sterke lichting. Er zijn meer meiden die in aanmerking komen voor de MD1 dan er plek is. Dat is een luxepositie, maar wel een met consequenties. Door de cluster-opzet met gelijkwaardige teams worden de MD2 en MD3 (en misschien ook wel de MD4 afhankelijk van hoe groot de cluster wordt) in principe allemaal even sterk. Ze spelen ook allemaal in dezelfde klasse, op hetzelfde niveau. Zodoende kan het voorkomen dat een meisje dat afvalt voor de MD1 terecht komt in de MD4 (in dezelfde cluster en dus net zo sterk als de MD2). Dat is even wennen.

Meetrainen
Aanvankelijk was er sprake van dat we een aantal meiden wilden uitnodigen om een keer mee te trainen met de MD2 of met de MD3. De meiden die we daarvoor op het oog hadden, kwamen in aanmerking voor plaatsing in die teams. Dat komen ze nog steeds, maar door de nieuwe realiteit (waarin de de MD2 net zo sterk is als de MD3 en misschien net zo sterk als de MD4) levert zo’n meetrainsessie uiteindelijk meer stress op dan info. We weten van die meiden toch wel waar ze terechtkomen: in de cluster direct achter de MD1.

Hoe nu verder
Eind volgende week willen we de conceptindeling afronden. Daarop wordt een laatste, brede controle gehouden.Weer een week later bespreken we de resultaten met de coaches en trainers. Half juni maken we de nieuwe teams bekend. Een aantal daarvan zal meteen in de nieuwe samenstelling gaan trainen. Kort daarop organiseren we ‘ouder-avonden’ voor alle teams. Dat is nieuw. Daarover later meer. U bent weer op de hoogte...